Een flat in de Bijlmer of een huis in Bloemendaal? Aan u de keuze.

De vereniging van en voor indexbeleggers bestaat dit jaar één jaar. In deze periode hebben we talloze malen uw aandacht gevestigd op kosten en hoe belangrijk het is om al uw beleggingskosten te minimaliseren.

Theoretisch gezien is beleggen een zogeheten zero-sum game. Als we alle bedrijfswinsten wereldwijd op één grote hoop zouden gooien en we zouden dat het cijfer 100 geven, dan hebben alle beleggers tezamen 100 om te verdelen. Maar omdat bedrijfswinsten kunnen variëren en beleggers nooit alle bedrijven uit de hele wereld in hun portefeuille hebben, zullen sommige beleggers profiteren van betere resultaten en anders zullen wat minder winst behalen met hun beleggingen omdat ze minder goed presterende bedrijven in hun portefeuille hebben. De een wint wat meer, de ander verliest wellicht wat, de zero sum game in een notendoop.

Als we naar het verleden kijken dan verdienen beleggers grofweg € 0,10 op iedere geïnvesteerde € 1,--  wat neerkomt op een gemiddeld rendement van 10%. En welke aanpak we ook voorstaan, om die € 0,10 te ontvangen zullen we op de een of andere manier altijd kosten moeten maken. Zelfs beleggers die geloven in een buy and hold strategy (o.a. Warren Buffet) maken nog altijd minimale kosten om die € 0,10 te oogsten.

Daarom is beleggen in de paraktijk dan ook geen “zero-sum game” maar in de 'echte' wereld een “negative sum game”. Maar hoe slecht deze “negative sum game” voor beleggers kan uitpakken, dat verschilt nogal per gekozen beleggingsstrategie. Want hoe hoog  zijn nu die kosten eigenlijk precies? En zouden we als belegger andere (lees: betere) keuzes kunnen maken als we die kosten wél weten?

Laten we beginnen met een eenvoudige beleggingscase. Een belegger die helemaal niets van beleggen afweet en daar ook geen tijd en energie in wil steken is het beste af met een breed gespreide indextracker die wereldwijd belegt in aandelen in diverse sectoren en in bedrijven groot en klein. Een voorbeeld hiervan is het Vanguard Total World Stock Index Fund dat 0.27% per jaar kost. De negative sum is dus beperkt tot 0,27%.

Aan de andere kant van het spectrum zitten de professionele vermogensbeheerders die niet alleen de beschikking hebben over de beste en meest talentvolle analisten  maar ook nog eens toegang hebben tot iedere  denkbare beleggingscategorie en markten, die vaak voor gewone beleggers niet bereikbaar zijn. Deze professionals worden ondersteund door grote hoeveelheden date, supersnelle computers en wereldwijde netwerken. Allemaal op zoek naar ondergewaardeerde  aandelen, achtergebleven markten, enz. De beste en snelste analist zou dan ook de best presterende portefeuille moeten laten zien, zou een voor de hand liggende conclusie moeten zijn. Maar laten we eerst ook hier eens naar de cijfers kijken.

Onlangs kregen wij een nieuwe studie in handen, uitgevoerd door Navigate Fund Solutions, waarin de kosten zijn berekend die samenhangen met actief beheerde beleggingsfondsen. Deze kosten betreffen o.a. de handelskosten binnen een fonds, de kosten gerelateerd aan transfer agents, de kosten die samenhangen met het aanhouden van cash posities om in- en uitstappende beleggers te kunnen betalen, enz. De onderzochte periode liep van 2007 tot eind 2013 waarbij de focus lag op fondsen die door de gemiddelde particuliere belegger worden aangehouden. Totaal werden ca. 5.000 fondsen onderzocht met een totaal belegd vermogen van ruim $ 3.000 miljard.

Structurele kosten bij actief beheerde beleggingsfondsen
7 jaar (2007 tot en met 2013)  
   
Kostencomponent Percentage
12b-1 Fees 0,40%
Transfer Agent Fees 0,17%
Trading Costs from IF and OF 0,26%
Cash Drag 0,22%
Total Cost 1,05%
   
Source: "Avoidable Structural Costs of Actively Managed Mutual Funds.", Dec. 3, 2014, Navigate Fund Solutions

Uit het onderzoek blijkt derhalve dat er grofweg 1% aan kosten wordt gemaakt binnen actief beheerde fondsen die makkelijk te vermijden waren geweest met een passieve beleggingsfilosofie. En dan is een gemiddelde managementvergoeding van 1,25% (bron: Morningstar) voor de fondsbeheerder zelf nog niet eens meegerekend. Totaal is een belegger in een actief beheerd fonds dus ruim 2% kwijt aan kosten.

En voordat u nu de conclusie trekt dat 2% aan kosten best wel meevalt, zullen we deze financiële nachtmerrie ook gelijk maar even voor u doorrekenen. Het venijn zit hem namelijk in de zogeheten samengestelde rente (door Einstein wel eens het Achtste Wereldwonder genoemd). Een portefeuille van € 100.000,-- zou bij een rendement van 8% in 30 jaar tijd zijn gegroeid tot een vermogen van iets meer dan € 1 miljoen terwijl hetzelfde vermogen bij 10% zou zijn uitgegroeid tot € 1.750.000,--, het verschil tussen een galerijflat in de Bijlmermeer of een riante twee onder één kap in Bloemendaal.

Maar die twee procent aan kosten worden toch ruimschoots terugverdiend door de talentvolle en goed presterende fondsmanagers, hoor ik u vragen. Helaas is ook hier de praktijk weerbarstig. Uit onafhankelijk onderzoek (van  SPIVA® U.S. Scorecard) blijkt dat slechts een heel klein handje vol, niet van te voren aanwijsbare fondsmanagers (minder dan 20% om precies te zijn) de markt structureel verslaat. Het opgooien van een munt biedt beleggers dus een grotere kans op outperformance dan alle analisten bij elkaar.

De conclusie voor iedere serieuze belegger is dan ook  dat er € 0,10 per geïnvesteerde euro te verdienen is, dat dat vaak gepaard gaat met (soms heftige) schommelingen in de markt en een hoop onzekerheid maar dat is wat de historie ons laat zien en waar geen belegger invloed op heeft.

Waar beleggers wel invloed op hebben, zijn de kosten voor het beheer van hun vermogen. Waar professionele fondshuizen pretenderen waarde toe te voegen, laat de praktijk zien dat ze vooral kosten genereren.

Wilt u uiteindelijk ook terecht komen in Bloemendaal, neem dan snel contact met één van de leden op.