De impact van kosten

Vrijwel elke studie naar de gerealiseerde rendementen van beleggers en beleggingsfondsen toont aan dat er sprake is van een verband tussen de hoogte van de in rekening gebrachte kosten en het gerealiseerde rendement. Dit verband is overigens negatief. Dus hoe hoger de kosten, des te lager het gerealiseerde rendement. Helaas nemen de kosten  binnen beleggingsfondsen in Nederland de afgelopen jaren alleen maar toe.

Als u gaat beleggen in beleggingsfondsen zult u onherroepelijk te maken krijgen met kosten. Wij laten u zien met welke kosten een belegger te maken krijgt:

Kosten beleggingsfondsen

Transactiekosten

Dit zijn de kosten die u betaalt zodra u een beleggingsfonds koopt en/of verkoopt. Het hangt af via welk platform u de orders laat uitvoeren hoe hoog die kosten zullen uitvallen. De belangrijkste keuze die de hoogte van de tarieven bepaalt is of u zelf de orders uitvoert (vaak via internet) of u zich laat adviseren door een beleggingsadviseur. Als u kiest voor advies liggen de gemiddelde aankoop- en verkoopkosten op 0,5 % per transactie. Doet u het zelf, al dan niet met een geautomatiseerd advies, dan zijn er steeds meer aanbieders die geen transactiekosten meer in rekening brengen. Echter de in rekening gebrachte transactiekosten vormen slechts een klein bestanddeel van de verdiensten. Het merendeel van de opbrengsten komt uit de beheervergoedingen die binnen beleggingsfondsen in rekening worden gebracht.

De spread

De spread is een op- of afslag ten opzichte van de werkelijke waarde, ook wel intrinsieke waarde genoemd, van een beleggingsfonds.

Doorlopende kosten

Binnen beleggingsfondsen worden verschillende soorten kosten in rekening gebracht. De belangrijkste kostensoorten zijn de beheervergoeding, kosten die betrekking hebben op de administratie, de marketing, het bewaren van de effecten, de accountant, de distributiekosten, toezichtskosten, e.d. Daarnaast handelt het fonds en worden er dus ook transactiekosten gemaakt.

Hoe worden deze kosten in rekening gebracht? Al deze kosten worden indirect door de belegger betaalt. Ze worden namelijk binnen het beleggingsfonds in rekening gebracht en dat gaat dus ten koste van het uiteindelijke rendement. Natuurlijk is het zo dat een belegger niet kan ontsnappen aan sommige kosten. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de kosten voor toezicht en de accountantskosten. Aan de andere kant vind ik sommige kosten niet gerechtvaardigd. Hoe zou u het als belegger in een bepaald fonds vinden dat er veel geld uitgeven wordt aan  marketing om nog meer beleggers aan te trekken. U betaalt hier gewoon aan mee. Wilt u dat wel? Levert dit u iets op? Integendeel. Het kost u een stukje rendement. Hetzelfde geldt voor de distributievergoeding. Beleggingsfondsen betalen aan financiële instellingen periodiek een vergoeding alleen maar vanwege het feit dat deze instelling ooit dit fonds heeft geadviseerd. Vindt u het eerlijk dat de financiële instelling al die tijd dat u het fonds in portefeuille heeft hiervoor een financiële vergoeding ontvangt?

Een ander groot nadeel is dat deze kosten elk jaar terugkomen. Dit drukt uw rendement dus aanzienlijk.

Total Expanse Ratio (TER)

Om beleggers inzicht te geven in het kostenniveau binnen een beleggingsfonds is de Total Expanse Ratio geïntroduceerd.

De Total Expense Ratio (TER) is een kostenratio en omvat de kosten die in een boekjaar ten laste van een beleggingsfonds zijn gebracht. Veruit het grootste gedeelte van de TER bestaat uit de jaarlijkse beheervergoeding. Een eventuele prestatie vergoeding (ook wel performance fee genoemd), operationele kosten (voor administratie, marketing, bewaren van effecten, accountant, jurist, toezicht etc.) maken ook onderdeel uit van de TER. Kosten die geen onderdeel van de TER uitmaken zijn de kosten voor beleggingstransacties die het fonds maakt en rentekosten. De TER wordt achteraf berekend, dat wil zeggen na het einde van het boekjaar. Vooraf is dus niet bekend hoe hoog de TER zal zijn.

Zoals u wellicht al gezien heeft, dekt de TER niet alle kosten die gemaakt worden in een beleggingsfonds. Zo vallen o.a. de transactiekosten die binnen het fonds zelf vallen er niet onder. Ook de rentekosten vallen erbuiten. De transactiekosten kunnen binnen een beleggingsfonds behoorlijk oplopen. De Autoriteit Financiële Markten heeft hiernaar onderzoek  gepleegd en de uitkomst was dat de jaarlijkse kosten die toegeschreven kunnen worden aan de transactiekosten binnen een beleggingsfonds tussen de 0,3 % en 1,0 % op jaarbasis uitvalt. Dit is dus een aanzienlijke kostenpost, dat elk jaar terugkomt.

Naast al de eerder vermelde kosten zijn er nog meer kosten. Ik noem de zogenaamde ‘soft - en hard commissions’. De hard commissions hebben betrekking op kosten zoals gratis research e.d. Soft commissions hebben betrekking op retourprovisies.

Al met al kunnen we stellen dat de TER een redelijk beeld geeft van de onkosten binnen een beleggingsfonds maar zeker niet van alle kosten. Als vuistregel kunt u er 0,5 % tot 1,0 % bij optellen, dan heeft u een aardige kans dat u in de buurt komt van de werkelijke kosten.

In de wetenschap is er veel onderzoek gedaan naar de kosten binnen beleggingsfondsen .

Edelen, Evans & Kadlec, september 2006. Deze Amerikaanse wetenschappers concluderen dat de transactiekosten ongeveer even groot zijn als de zogeheten expense ratio (de overige jaarlijkse kosten): 1,44% versus 1,23% op jaarbasis.

Fitrovia, april 2004. Een gerenommeerde, onafhankelijke onderzoeksinstelling in het Verenigd Koninkrijk dat onderzoek doet naar de kosten van beleggingsfondsen. Als indicatie van de transactiekosten van een beleggingsfonds gebruikt Fitzrovia de volgende vuistregel: de omloopsnelheid vermenigvuldigen met 1%. Een omloopsnelheid van 100 betekent dus transactiekosten van 1% op jaarbasis. Volgens Fitzrovia is dit conservatief en redelijk.

Hussman Funds, oktober 2003: Deze Amerikaanse fondsbeheerder heeft als eerste fondsbeheerder een poging gedaan de daadwerkelijke transactiekosten van een van haar beleggingsfondsen te berekenen. Bij een omzet van 140% waren de transactiekosten 0,88%. Hussman gaf daarbij aan dat vanwege de beleggingsstijl van dit fonds de transactiekosten relatief laag zijn. Voor veel fondsen zullen de transactiekosten hoger zijn.

Plexus Group, maart 1999. Een Amerikaanse instelling gespecialiseerd in het analyseren van transactiekosten. In een artikel in Fortune magazine stelt de voorzitter van deze organisatie dat op basis van hun onderzoek een gemiddeld Amerikaans beleggingsfonds per jaar ongeveer 2% kwijt is aan transactiekosten.

Kosten bank, vermogensbeheerder en broker

De meeste beleggers hebben zich nimmer verdiept in alle kosten betaald worden aan de bank of vermogensbeheerder. Wij betreuren dit. Daarom zij wij blij dat u onze site bezoekt, zodat wij u kunnen vertellen welke kosten u als belegger betaald. Onderzoek laat zien dat kosten heel belangrijk zijn bij het maken van beleggingsbeslissingen. Kosten horen helaas bij beleggen. Echter de meeste partijen zijn weinig transparant als het over kosten gaat. De reden is eenvoudig, uw kosten zijn hun inkomsten.

Dus of u nou wil of niet, u krijgt te maken met kosten voor de transactie, voor beheer (door de beheerder of het beleggingsfonds), met performance fees (van de beheerder en van beleggingsfondsen), met structureringsvergoedingen, de adviesvergoeding, het bewaarloon, instapkosten (beleggingsfondsen en beheerders), en natuurlijk de diverse spreads (op- en afslag bij transacties in beleggingsfondsen, bij het gehanteerde rentepercentage, bij valutatransacties), de kosten voor de afwikkeling van dividenden, coupons en aflossingen. Omdat beleggingsadviseurs, vermogensbeheerders en banken deze kosten allemaal in meerdere of mindere mate hanteren, vatten we deze partijen hierna samen in één woord: financiële instellingen.

Transactiekosten

Transactiekosten zijn de kosten die worden betaald voor het uitvoeren van een transactie. Voor de aankoop van aandelen moet u normaal gesproken een percentage over de transactiewaarde, een vast bedrag en soms ook nog een minimumbedrag betalen. Banken rekenen vaak heel andere tarieven voor transacties die u zelf via het internet invoert dan voor transacties die u via de financiële instelling laat verrichten.

De zogeheten ‘retourprovisie’ is een zeer gebruikelijk verschijnsel in de financiële sector. Vaak wordt een deel van de transactiekosten door de uitvoerende bank als retourprovisie vergoed aan de financiele instelling. De uitvoerende bank rekent de belegger een hogere vergoeding dan normaal. waarna een gedeelte wordt teruggestort aan de financiële instelling. Vaak wordt als reden opgegeven dat de financiële instelling u zo geen rekening hoeft te sturen en administratieve kosten dus kunnen worden vermeden. In werkelijkheid betekent het dat u geen inzicht kunt krijgen in de diensten van de financiële instelling. Als u bijvoorbeeld 0,5% over een Nederlandse aandelentransactie betaalt, kunt u er gerust vanuit gaan dat uw financiële instelling minimaal van de uitvoerende bank 0,3% extra krijgt over de transactiewaarde.

Deze retourprovisie was voor de AFM reden genoeg om dit te verbieden. Dit verbod is per 1 januari 2014 ingegaan. Het resultaat is dat de stabiele en hoge inkomstenbron voor veel partijen is weggevallen en er nu wordt gezocht naar een nieuw verdienmodel.

Beheervergoeding

Vermogensbeheerder en beleggingsfondsen rekenen deze vergoeding voor het beheren van uw vermogen (vandaar de naam). In de regel worden op ieder niveau van beheer kosten in rekening gebracht. Uw beheerder rekent natuurlijk een beheervergoeding en daar is op zich niets mis mee. Maar veel Nederlandse vermogensbeheerders beleggen beneden bepaalde grenzen in beleggingsfondsen, voor de noodzakelijke spreiding. Ook daar is niets mis mee. Maar de beleggingsfondsen brengen op hun beurt ook weer een beheervergoeding in rekening en als de beleggingsfondsen op hun beurt weer in andere beleggingsfondsen beleggen, wordt ook daarvoor weer een vergoeding gerekend. Zo kan het voorkomen dat op meerdere niveaus moet worden betaald. Vooral bij zogenaamde ‘fund of hedgefunds’ kan de rekening behoorlijk oplopen.

De meeste particulieren beleggen in beleggingsfondsen via hun bank. Een vuistregel is dat het gemiddelde beleggingsfonds voor particulieren 1,5 procent per jaar aan beheerfee rekent en voor een pensioenfonds ongeveer de helft. De bank rekent voor particuliere transacties het volle pond aan beheerkosten (zie hierna), maar bundelt de aankopen en wordt op die manier toch een grote investeerder. Niettemin wordt het gewone, particuliere beheerbedrag in rekening gebracht. Het beleggingsfonds betaalt de bank vervolgens een kickback. Zelfs als uw adviseur verder kijkt dan de huisfondsen, komt er op die manier toch extra geld in het laatje. De bedragen kunnen oplopen tot wel tweederde van de beheervergoeding.

Performance fee

Sommige beheerders berekenen alleen een vaste vergoeding; andere beheerders hanteren een variabele vergoeding, de zogenaamde ‘performance fee’ of prestatievergoeding. Pas als de beheerder een goed resultaat heeft behaald, krijgt hij een hoge vergoeding. Dat lijkt een goede regeling maar is dat niet. Het werkt namelijk 'moral hazard' in de hand. Dat betekent dat uw financiële instelling bij een goed rendement wel extra geld verdiend maar bij een slecht rendement niets hoeft te betalen. Prestatievergoedingen werken het nemen van risico’s dus in de hand, en die risico’s zijn niet goed verdeeld. Daarnaast toont onderzoek na onderzoek aan dat goede beleggingsprestaties maar al te vaak een kwestie van geluk is. En waarom zou u betalen voor het feit dat uw beheerder geluk heeft gehad?


Structurerings- of plaatsingsvergoeding

De ‘structurerings- of plaatsingsvergoeding’ doet zich vooral voor bij gestructureerde producten en nieuwe producten. De financiële instelling ontvangt deze vergoeding door dit product aan haar cliënten te verkopen. In de praktijk ligt deze vergoeding tussen de 1% en 6%.

Adviesvergoeding

Een gratis lunch bestaat niet. De adviseur die u adviseert moet ook eten, dus u moet ergens betalen. Bij nagenoeg alle financiële instellingen wordt de belegger geen factuur in rekening gebracht. Dat betekent dat er andere inkomsten zijn, die voor de belegger vaak totaal onzichtbaar zijn. Het is geen uitzondering dat de jaarlijkse kosten oplopen tot 3% of meer. In onze optiek zijn deze beleggerskansloos.

Bewaarloon

De effecten van uw portefeuille liggen bij een bewaarbank in administratie. En daarvoor wordt ‘bewaarloon’ gerekend. De bewaarbank houdt de stukken buiten de boedel van de financiële instelling in geval van faillissement. Het lijkt weinig interessant, maar let toch op de tarieven. Ze verschillen onderling, en ook de diensten die onder het tarief vallen kunnen erg uiteenlopen. Zeker als u weet dat de aandelen tegenwoordig helemaal niet meer worden aangeraakt en louter elektronisch van eigenaar veranderen.

Instapkosten

Wanneer u als klant bij een nieuwe vermogensbeheerder komt, dient een aantal zaken te worden geregeld. Er zijn kennismakingsgesprekken, het risicoprofiel moet worden bepaald en de administratie moet worden ingericht. Dit zijn éénmalige werkzaamheden en daarvoor wil de beheerder graag worden vergoed. In sommige gevallen brengt de financiële instelling deze kosten niet direct in rekening, maar belegt hij voor de cliënt in fondsen met een instapvergoeding. Deze instapvergoeding, die kan oplopen tot 5%, wordt meestal in zijn geheel als kickback vergoed aan de financiële instelling.

Dividenden, coupons en aflossingen

Ondernemingen betalen u als aandeelhouder periodiek dividendbetalingen. Obligatiehouders ontvangen een rentecoupon en op einddatum wordt de obligatie afgelost tegen de eindwaarde. De bank moet deze zogenaamde ‘corporate actions’ verwerken en rekent hier kosten voor.

Onderzoek AFM: Consument is niet kostenbewust

Uit consumentenonderzoek van de AFM uit 20122 blijkt dat consumenten de kosten van beleggen belangrijk vinden, maar zich voorafgaand en gedurende de dienstverlening zeer beperkt in de kosten verdiepen. Vrijwel alle ondervraagde consumenten (270 van de 283) vinden kosten een (zeer) belangrijk aspect van de dienstverlening. Slechts 55 procent van de consumenten heeft zich echter voorafgaand aan het beleggen verdiept in de kosten ervan. Consumenten die gebruik maken van execution only-dienstverlening hebben zich er vaker in verdiept (64 procent), consumenten die via een vermogensbeheerder beleggen, minder vaak (36 procent).


Het kostenbewustzijn van consumenten gedurende de beleggingsdienstverlening is eveneens laag. Bijna de helft van de consumenten (45 procent) kan uit zichzelf geen enkele kostensoort opnoemen die hij of zij betaalt voor de beleggingsdiensten. Met name consumenten die met behulp van een beleggingsadviseur (62 procent) of vermogensbeheerder (58 procent) beleggen, kunnen uit zichzelf geen kosten noemen. Een vijfde (18 procent) heeft ook met hulp geen idee welke kosten men betaalt. De helft van de consumenten (50 procent) weet niet hoe hoog de kosten zijn die hij of zij gemiddeld per jaar betaalt. Vooral consumenten die met behulp van een beleggingsadviseur (73 procent) of vermogensbeheerder (62 procent) beleggen, zijn niet op de hoogte van de jaarlijkse kosten.

De leden zijn transparant over de kosten

Eenvoudig inzicht in de kosten van beleggingsdienstverlening is voor de consument belangrijk om een goede prijs/kwaliteitsvergelijking tussen beleggingsondernemingen en bedieningsconcepten te kunnen maken. Maar ook om een beoordeling van de dienstverlening te kunnen maken. Dit is voor de consument zowel belangrijk om een geïnformeerde keuze te kunnen maken op het moment dat hij gaat beleggen als om een geïnformeerde keuze te kunnen maken gedurende de dienstverlening.

Daarom is het goed om te weten dat de leden die zijn aangesloten bij de vereniging van en voor indexbeleggers zeer transparant zijn in de kosten.