Index-selectie

Indices verschillen enorm van elkaar. Zo kan het voorkomen dat een index een zelfde naam heeft of hetzelfde gebied bestrijkt, doch in werkelijkheid totaal verschillende rendements-risico karakteristieken heeft.

Voor indexbeleggers is de keuze van de te volgen index dan ook cruciaal. Bij het selecteren van de juiste index zijn er verschillende factoren waar een belegger rekening mee dient te houden.

Factor 1: Dekking en/of volledigheid

Hierbij gaat het om de breedte (of juist het gebrek daaraan) van de effecten die in de index zijn opgenomen en specifiek om het type effecten, het aantal en de kenmerken ervan. De dekking wordt bepaald door criteria voor opname in of uitsluiting van de index, bijvoorbeeld op grond van het land waarin effecten zijn uitgegeven, hun marktkapitalisatie of kredietrating.

Een duidelijk voorbeeld van hoe de dekking van indices kan verschillen, is de vergelijking van de MSCI Emerging Markets en de FTSE Emerging Markets index. MSCI classificeert Zuid-Korea op dit moment als een opkomende markt, terwijl FTSE dit niet doet, met als gevolg dat dit land wel in de eerste maar niet in de tweede index is opgenomen. Dit leidt tot een andere landen- en sectorexposure en daardoor ook tot een ander risico/rendement-profiel.

Factor 2: Liquiditeit

Een index is van nature een “bedacht product”, dat geen rekening houdt met de situatie op de beurs. Voor beleggers is de beschikbaarheid en liquiditeit van de effecten in de index echter wel degelijk van groot belang, evenals de mate van verhandelbaarheid. Dergelijke aspecten zijn van invloed op de geschiktheid van een index voor een specifieke portefeuille.

De liquiditeit geeft aan of het mogelijk is voor beleggers om de onderliggende beleggingsobjecten ook daadwerkelijk te kunnen verhandelen. Zo zijn er regels omtrent de minimale marktkapitalisatie dat nodig is om in een index te worden opgenomen. Indexmakers hanteren verschillende criteria hiervoor.

Ook wordt er gekeken naar de zogenaamde 'free float'. De 'free float' heeft betrekking op het aantal aandat dat vrij verhandelbaar is.

Omdat vastrentende instrumenten vaak Over-The-Counter (OTC) verhandeld worden in plaats van op de reguliere beurs, is het soms niet eenvoudig om de representativiteit en de liquiditeit van obligatie-indices tegen elkaar af te wegen. Hier bestaan verschillende opvattingen over, die tot aanzienlijke verschillen in het gedrag van indices kunnen leiden.

Factor 3: Rendementsgegevens

Een index is een verzameling effecten die als één portefeuille kan worden beschouwd. Daarom is het noodzakelijk dat een index op een transparante en eenduidige manier wordt gewaardeerd, ofwel doorlopend gedurende de beursdag of één keer per dag op een vast tijdstip. Voor beleggers is het essentieel om te doorzien hoe de waardering van de index tot stand komt, welke elementen in de waardering zijn opgenomen en volgens welke regels marktpartijen op de hoogte worden gesteld van de waarde van de index-portefeuille. 

Het is belangrijk dat de rendementsgegevens voor de index juist, compleet en alom beschikbaar zijn. Pas als dit het geval is kunnen beleggers indices evalueren en deze zowel binnen als tussen verschillende marktsectoren vergelijken.

In de obligatiemarkt kan één en dezelfde obligatie OTC tegelijkertijd tegen verschillende prijzen verhandeld worden. Daarom kan het moeilijk zijn om één representatieve prijs vast te stellen; dit kan de waardering van een obligatie-index ingewikkeld maken.

Factor 4: Turn-over en transactiekosten

Aangezien markten en exposures in de loop van de tijd veranderen, dienen indices van tijd tot tijd te worden aangepast, om te zorgen dat ze representatief blijven voor hun markt. De frequentie waarin een dergelijke herweging’ van de index nodig is bepaalt de omloopsnelheid ervan en is voor beleggers een belangrijke factor bij de keuze van een index. Hierbij dienen beleggers te bedenken dat bij het bepalen van het indexrendement geen rekening wordt gehouden met transactiekosten, waardoor er een tracking-verschil kan ontstaan tussen de index en het beleggingsproduct dat deze index volgt. Dit verschil hangt direct samen met de omloopsnelheid van de index.

De kosten kunnen per index en aanbieder verschillen, waardoor ook het succes waarmee een index in een portefeuille wordt gerepliceerd, sterk uiteen kan lopen.

Factor 5: Constructie regels van de index

De samenstelling en ontwikkeling van een index worden bepaald door de indexregels, de vooraf vastgelegde criteria die voorschrijven welke effecten wel en welke niet in de index worden opgenomen.

De wegingsmethodiek is een belangrijk onderdeel van de indexregels. Het beleggingsuniversum van een index kan naast de marktkapitalisatie ook bepaald worden door andere factoren, zoals de historische volatiliteit van een effect of het Bruto Binnenlands Product (bbp) van het land waar het effect is uitgegeven. Daarom kunnen indices met hetzelfde beleggingsuniversum toch een sterk verschillend risico/rendement-profiel hebben.

Index en rendement

Indices kunnen op verschillende manieren worden berekend. In de regel wordt gebruik gemaakt van prijsindices en zogenaamde herbeleggingsindices. Daarnaast kan bij herbeleggingsindices een onderscheid worden gemaakt tussen bruto en netto indices.

Prijsindex

Aandelenindices zijn meestal van de categorie prijsindices. Dit betekent dat de waarde van de index enkel op de koersen van de aandelen in de index is gebaseerd. Het totale beleggingsrendement op aandelen bestaat voor beleggers naast koersrendement echter ook uit dividendrendement.

Herbeleggingsindex

Om dit totale rendement meetbaar te maken worden naast de reguliere prijsindices ook herbeleggingsindices berekend. Zo berekent en publiceert NYSE Euronext bijvoorbeeld naast de reguliere AEX® Index ook de AEX Gross Total Return Index® op herbeleggingsbasis, dus inclusief
herbelegging van dividenden die worden uitgekeerd op de aandelen in de index. Een herbeleggingsindex geeft derhalve een representatief beeld van het totale rendement dat met een belegging in een index te behalen is.

Dividendbelasting

Bij dividenduitkeringen speelt nog een andere factor, namelijk de belasting die moet worden afgedragen over het dividend. Om hier rekening mee te houden kan een herbeleggingsindex worden berekend op zowel bruto als netto basis. Bij een bruto herbeleggingsindex wordt uitgegaan van herinvestering van het totale (= bruto) dividend. In het geval van een netto herbeleggingsindex wordt een vast belastingpercentage in mindering gebracht op de  dividenduitkering en wordt de index derhalve berekend op basis van een herinvestering van netto dividend. Op de factsheets en in het volledige prospectus van een fonds staat altijd vermeld wat de exacte onderliggende waarde van het fonds is.